Levensverhaaldeskundige José Franssen

Levensverhaaldeskundige José Franssen

Je moet er blij van worden’

[intro]Dertig jaar wijdde ze zich aan het levensverhaal. José Franssen was schrijfdocent aan creatieve centra en in zorginstellingen. Voor jongeren, ouderen en mensen met depressieve klachten. Nu geeft ze haar kennis door. Op haar website josefranssen.nl staan 52 schrijfoefeningen. Journalist en schrijfdocent Marjon Weijzen spreekt haar over deze ‘erfenis’.

[plat]Afgelopen voorjaar gaf ik een cursus Jouw verhaal, mijn verhaal. Ouderen haalden verhalen op bij de generatie boven hen. Mijn belangrijkste cursusmateriaal waren oefeningen van José Franssen, uit haar boek Van vroeger. Ik herschreef de oefeningen zo, dat mijn cursisten niet hun eigen verhaal schreven, maar dat van hun ‘meneer’ of ‘mevrouw’. We gebruikten bijvoorbeeld de oefening ‘eerste schrijfles’, waarbij de geïnterviewden op ouderwets lijntjespapier hun eigen naam schreven en de oefening ‘kledingstuk’, over een bijzonder item uit hun garderobe. Ik was verbluft over het resultaat. Er kwam zo’n rijk palet aan herinneringen boven. Er waren verhalen over een wandelroute naar school, over een nooit gebruikte kamerjas en over witte jurkjes op een boerderij.

Van vroeger is alleen nog tweedehands te koop. Maar de oefeningen zijn nu, aangevuld en geactualiseerd, te vinden op de site www.josefranssen.nl.
De ‘koningin’ van het levensverhaal-schrijven doet het inmiddels wat rustiger aan, maar wil wel haar kennis overdragen. Reden om af te reizen naar Maastricht, voor een gesprek over het belang van associëren, de positieve kracht van het geheugen en het nut van het delen van verhalen.

[Geheugen activeren]

Je oefeningen stimuleren het geheugen om andere verhalen boven te krijgen dan de verhalen die altijd al worden verteld. Ben je erop gericht om positief terug te kijken?

Het is niet zo, dat de zware, droevige verhalen niet verteld mogen worden. Maar er is – in elk leven – zoveel méér. Het gaat om de balans. Vaak komen mensen om een bepaald verhaal, een bepaalde misstand soms, ‘nu eindelijk’ eens op te schrijven. Maar dat verhaal komt nog wel. Ik begin met veilige, kleinere, luchtige onderwerpen: oefeningen over je naam, een foto, een bijzonder kledingstuk of je eerste schrijfles. Ook belangrijk is dat alle oefeningen beginnen met een associatiefase: eerst zetten we de inspiratiekraan open. Dan komen er andere, nieuwe herinneringen boven. Verras jezelf.”
Bij je oefening ‘eerste schrijfles’ kwamen er allerlei herinneringen op van rond het zesde levensjaar. “De handeling van het schrijven roept heel oude herinneringen op. Ik geef cursisten van dat ouderwetse schrijfpapier met dubbele lijntjes en soms zelfs een kroontjespen, een lap en een inktpot. En vrouwen schrijven dan natuurlijk ook hun meisjesnaam.”

[Associëren]

In Van vroeger beschrijf je de clusteringmethode van Gabriele Rico voor de associatiefase. Gebruik je die nog steeds? “Rico, een Amerikaanse schrijfdocent, ontwikkelde een schrijfmethode waarin creativiteit, ideeënvorming en intuïtie in de eerste fase ruim baan krijgen, daarna wordt er pas geordend en vormgegeven. Ik gebruik naast haar clusteringmethode ook allerlei andere associatietechnieken, zoals lijstjes en kettingen maken, of tien minuten onafgebroken schrijven. Het repertoire aan associatietechnieken is eindeloos. Ik bied veel verschillende technieken aan, zodat je kunt uitvinden welke bij je past. Belangrijk is dat je altijd start met associëren om materiaal te verzamelen. Daarna pas schrijven. De ene keer een haiku, de andere keer een dialoog. Ook daarin bied ik veel variatie aan. Elke oefening is een tas vol spullen. Je kunt eruit halen wat je bevalt.”

[52 Oefeningen]

Op je site staan 52 oefeningen: een jaar lang elke week een oefening…

De eerste vijftien oefeningen zijn relatief veilig, daarna komen de wat grotere thema’s, zoals ‘liefde’, ‘de oorlog’ en ‘geheimen’. Meer naar het eind de reflectie- en zingevingvragen. Na een jaar heb je dan 52 fragmenten over je leven.”

Het schrijven van een levensverhaal is helend. Zijn je oefeningen ook geschikt voor literaire ambities?

De oefeningen worden zowel gebruikt voor literair schrijven, als voor zingeving of therapie. De accenten kunnen verschillen. Dat gaat overigens vanzelf. Ben je in de rouw, dan zul je bij de oefening ‘kleding’ misschien schrijven over het pak van je man dat nog steeds in de kast hangt.
Vaak zijn er onderliggende motieven, en ze kunnen ook veranderen. Zo was er een vrouw die na haar pensioen meedeed met een cursus omdat ze hield van schrijven, maar schrijvenderwijs ontdekte dat ze haar levenstrauma – opgelopen voor de oorlog – aan het verwerken was. En uiteindelijk is haar verhaal gepubliceerd.”

[Delen]

Je stimuleert het schrijven in groepen. Wat is de meerwaarde van een groep?

Het delen van je verhaal voegt een extra dimensie toe. Het helpt je bijvoorbeeld beseffen dat alle verhalen er mogen zijn. Er zijn geen goede of foute verhalen. Je hoort de enorme variëteit aan verhalen, en ook in schrijfstijlen. De een is wijdlopig, bij de ander past bondig.” Ik zag mijn cursisten inderdaad enorm genieten van het verschil in verhalen voortkomend uit eenzelfde opdracht. We zagen ook dat het bij de een paste om een zoektocht naar haar roots te beschrijven – zoals Suzanne Jansen in het Pauperparadijs –en bij een ander een feitelijke familiekroniek vol jaartallen.

Die werkwijze vraagt wel om spelregels voor feedback. “Het belangrijkste is om te leren luisteren naar het verhaal van de ander. Niet met je eigen verhaal komen. Verder moet je de feedback geven die de ander wil ontvangen. Iemand die haar verhaal schrijft voor haar kleinkinderen, hoef je niet lastig te vallen met taalkwesties. Die heeft er wel wat aan als je vraagt ‘weet uw kleindochter wat een vastentrommeltje is?’ Verder geloof ik meer in toevoegen dan in het hanteren van de rode pen. Geef complimenten en tips.”

[Verhalen van anderen]

Als je het verhaal optekent van anderen, van wie is dan het verhaal? In mijn cursus leerde ik de cursisten dat het hun verhaal was. “Dat is een journalistieke visie. Maar ik vind dat je in dienst staat van de ander. Als je je tekst voorleest zou je moeten vragen: ‘klopt het zo voor u?’ Dan kan het zijn dat je de mooiste passages moet schrappen. Vaak vinden mensen bijvoorbeeld bij teruglezen dat iets te hard overkomt. Of ze zijn bang voor reacties van familie en bekenden. Dat is jammer, maar de persoon is belangrijker dan de tekst.”

[kader/illustratie] Oefening De eerste schrijfles*

1. In deze oefening gaan we terug naar onze lagere schooltijd. Probeer je eens te herinneren hoe het ging tijdens die eerste schrijflessen. Moest je leren schrijven op blaadjes met dubbele lijntjes? Moest je woorden overtrekken met een potlood of pen? Met welke pen leerde je schrijven: een kroontjespen die je in de inkt moest dopen, een vulpen, een balpen, of misschien nog met een griffel en lei? Was er een inktpot in je bankje, die af en toe nagevuld moest worden uit een grote inktfles? Had je een inktlap? Stonden de bankjes in de klas in de rij? Waar zat je in de klas? Als je een pen hebt die lijkt op de pen van vroeger, zoek die dan, misschien heb je nog een kroontjespen en een inktpot. Als je het lijntjespapier van toen nog hebt of kunt krijgen, neem dat er dan ook bij (of teken het ongeveer na). Schrijf nu met veel concentratie en uiterst langzaam je naam, achternaam, adres en woonplaats op uit de tijd waarin je leerde schrijven. Probeer je te herinneren hoe het ging, hoe je aarzelde over de vorm van de letters, hoe je ijverig probeerde tussen de lijntjes te blijven en hoe je je best deed om niet te knoeien met de inkt.
2 Vertel aan elkaar herinneringen die opkomen aan die eerste schrijflessen, aan het leren schrijven, aan het leren rekenen, aan het in de klas zitten, alles wat boven komt drijven. Als je niet in een groep werkt, schrijf je je associaties op in een cluster. Schrijf in het midden van een blad papier: eerste schrijflessen, en maak een associatienetwerk. Maak dan een tweede cluster rond het thema: het klaslokaal. Probeer je te herinneren hoe de school en het lokaal er uit zagen. Hoe zag de school er uit? Hoe kwam je er binnen? Hoe stonden de stoelen en tafeltjes in het lokaal? Hadden jullie lessenaartjes met deksel, of was er alleen een tafeltje? Welke dingen hingen aan de muur? Beschrijf in je netwerk zo nauwkeurig mogelijk hoe het er allemaal uitzag op jouw lagere school. Maak dan een laatste associatienetwerk rond het thema lagere schooltijd. Schrijf alle herinneringen, flarden en beelden op die langs komen. Dat hoeft dus niet beperkt te blijven tot de eerste schrijflessen, het kan ook iets heel anders zijn. Het kan ook zijn dat er herinneringen boven komen die zich op de speelplaats afspelen of op de weg van school naar huis.
3 Kijk nu naar je associaties onder 2 en kies één concrete situatie of gebeurtenis. Maak dan nog een associatienetwerk rond die ene gebeurtenis, associeer net zo lang totdat je niks nieuws meer kunt toevoegen.
4 Schrijf nu het verhaal van die ene gebeurtenis. Beschrijf de herinnering zó, dat ook de ruimte waarin het zich afspeelt (de klas, de speelplaats), beschreven wordt. Noem speciale details die de klas bijzonder maakten. Zorg dat je verhaal een begin, een midden en een einde heeft. Geef je verhaal een titel.
5 In een groep: Lees de verhalen aan elkaar voor en bespreek de beschrijving van de ruimte.
6 Wat je nog meer kunt doen:
Verplaats je in het kind dat je was en schrijf het verhaal opnieuw vanuit het perspectief van het kind. Wat maakte het kind van zes mee? Schrijf het verhaal in de tegenwoordige tijd. Wat ziet, hoort, ruikt, voelt en beleeft het kind? Maak een tekening bij het verhaal, illustreer je verhaal met beelden, bijvoorbeeld met foto’s van de klas van toen.

*Ingekorte oefening 11 Ik schreef op de beslagen ramen op de site van José Franssen. [einde kader]

[kader] José Franssen (1956) is andragoge en levensverhalendeskundige. Ze gaf meer dan dertig jaar biografische schrijfcursussen in creativiteitscentra, onderwijs en zorginstellingen. Ze publiceerde verschillende boeken over haar werk, onder andere Van vroeger (1995) en In mijn koffer op zolder (2008). Op haar site www.josefranssen.nl staan 52 oefeningen en 42 snipperberichten over haar methode. Over de zorg voor haar moeder publiceerde ze vorig jaar Hou me maar vast. www.josefranssen.nl

[kader]Marjon Weijzen is journalist en schrijfdocent in memoriams en andere biografische teksten. www.marjonweijzen.nl